Les 2: Zaanse Dieren

Dieren leven overal om ons heen. In natuurgebieden, maar ook in parken, op begraafplaatsen, op sportvelden, in onze tuinen en ja, ook in onze huizen.
Ze leven zelfs op het schoolplein.

Introductie van de les

Aan het einde van de les kunnen weten de kinderen dat er in de Zaanstreek veel dieren leven, ook hele bijzondere. Ze begrijpen waarom dieren belangrijk zijn, wat ze nodig hebben en waarom we ze de ruimte moeten geven in onze stad.   Download hier de volledige lesschrijving en gebruik dit lesplan als leidraad bij het geven van de les.

Instructie → Leg het lesdoel uit en vertel de achtergrondinformatie in eigen woorden aan de kinderen. 

Binnenopdracht: Voedselwebben

Laat kinderen het werkblad Voedselwebben maken. Welk dier eet welke plant of welke andere diersoort? En welke dieren of planten herken je?

Interactie met de klas

Ga in gesprek met de kinderen over natuur en kom erachter hoe ze denken over dieren in hun woonomgeving en wat ze al weten. Stel de volgende vragen:

1. Welke (wilde) dieren wonen er bij jou in de buurt? (geen huisdieren)
2. Wat eten die dieren?
3. Wat hebben die dieren nodig om te kunnen leven?
4. Welke gevaren zijn er voor de dieren?
5. Waarom is het belangrijk dat die dieren er zijn?

Instructie → Ga aan de hand van bovenstaande vragen het gesprek met kinderen aan over dieren bij hen in de buurt. 

Video: Zoemende bijen zijn super geweldig

Ze zoemen soms vervelend in je oren en ze kunnen steken. Maar waarom zijn dit echt super geweldige dieren?

 

Buitenopdracht: Kriebeldiertjes zoeken

De klas gaat in tweetallen het schoolplein op en neemt een doorzichtig bakje, een Insecten zoekkaart en eventueel een vergrootglas. Laat de kinderen losse dingen uit de natuur zoeken en opplakken op het vel papier. Zo leren de kinderen dat dieren overal om hen heen leven en niet eng of vies zijn.

Instructie → Instructie → Deel per tweetal een Insecten zoekkaart  uit en een bakje met deksel en gaatjes erin. Geef vervolgens aan dat ze moeten zoeken naar de dieren op het zoekblad en die in het bakje moeten doen. Laat ze in het bakje ook een paar groene bladeren of gras doen.  Geef aan dat voorzichtig moet worden omgegaan met de diertjes.