Les 4: De Straat

We wonen allemaal in een straat. We spelen er, er staan bomen en er leven dieren. We ontmoeten elkaar op straat en gebruiken diezelfde straat om met de fiets, bus of auto ergens naar toe te gaan. Maar wie bepaalt hoe die straat er uit ziet? Waarom is jouw straat zoals die is en hoe zou hij er anders uit kunnen zien?

Introductie van de les

De kinderen leren na te denken over hun leefomgeving en de straat waarin ze wonen. Ze kunnen benoemen waar ze hun straat allemaal voor gebruiken. Ze kunnen benoemen wat er allemaal in hun staat is en verwoorden wat ze ervan vinden. Deze les heeft als doel om de kinderen te laten nadenken over hun leefomgeving en zich te verwonderen over waarom die zo is zoals die is.

Klassikaal bespreken

Maak met de kinderen een woordspin op het bord. Noteer de categorieën  (1) Groen, (2) Spelen, (3) Samen zijn en (4) Verkeer op het bord.  Vraag de kinderen wat er allemaal in een straat kan zijn en schrijf dit op het bord bij de juiste categorie.

Instructie → Schrijf de vier categorieën naast elkaar op het bord en scheidt ze door middel van een streep (!)Het is belangrijk dat het ook in die volgorde staat van links naar rechts.  Je kunt nu de antwoorden van de klas indelen in de vier categorieën.

Binnenopdracht: Teken jouw ideale straat

Laat kinderen op het werkblad ‘Mijn eigen straat’ hun eigen straat tekenen. Zij zijn de baas en mogen de straat zelf indelen. Laat ze kiezen uit de dingen die op het bord staan. Maar ze moeten beginnen met de dingen uit categorie 1, dan categorie 2, dan categorie 3 en tot slot categorie 4. Het doel van de opdracht is om kinderen te laten zien dat niet alles past en er daarom keuzes gemaakt moeten worden. Welke dingen geef je de voorkeur en wie bepaalt dat?

Instructie → Deel aan elk kind het werkblad 'Mijn eigen straat’ uit.  Laat kinderen de straat tekenen zoals zij hem graag zouden willen. Ze kunnen gebruik maken van de woordspin op het bord. Instrueer ze dat er begonnen moet worden met categorie 1 en geëindigd met categorie 4. Als ze opnieuw willen beginnen omdat het niet past, leg dan uit dat dat erbij hoort. Laat ze niet opnieuw beginnen. Zo zien ze in dat er keuzes gemaakt moeten worden voor elke straat. Maar welke categorie krijgt voorrang?

Video: De straat kan er ook anders uit zien

Laat deze video zien aan de kinderen en bespreek het na. Hoe zagen ze deze straat veranderen en wat vonden ze daar goed of minder goed aan?

Buitenopdracht: Straatsafari 

Ga met de klas naar buiten op straatsafari en speel straatbingo met het Werkblad Straatbingo. Bedenk vooraf een mooie route rondom de school, buiten het schoolplein. Ga na ongeveer 15-20 minuten weer naar binnen en bespreek de wandeling na. Welke dingen vanuit de woordspin en straatbingo hebben ze gezien. Van wat was er veel en van wat was er heel weinig? Wat vonden ze van de schoolomgeving en wat zou er anders kunnen?

Instructie → Deel aan elk kind het ‘Werkblad Straatbingo’ en een potlood uit. Leg de woorden op de bingokaart uit. Leg uit dat wanneer ze iets zien op deze kaart, dat ze dit dan moeten aankruisen.  Ga naar buiten en loop in een rijtje in tweetallen een vooraf bepaalde route door de buurt rondom de school, buiten het schoolplein. Sta af en toe stil om goed te kijken.  Ga na 15 minuten naar binnen en bespreek de wandeling na. Wat hebben ze veel gezien en wat maar weinig? Wat vonden ze er van?  

Tip: maak buiten af en toe een foto en laat die zien in de klas.

Eindboodschap Marco te Brömmelstroet

Voor het vormgeven van deze les is Marco te Brömmelstroet geïnterviewd. Hij is professor en wetenschapper in Urban Mobility Futures. In deze video heeft hij een eindboodschap aan alle kinderen die deze les hebben gevolgd.